De spermahandhaving

Sinds 2004 is de wet donorgegevens kunstmatige bevruchting doorgevoerd in Nederland. Hierdoor is anoniem donoren niet meer mogelijk en moeten alle gegevens van een spermadonor geregistreerd staan. Dit is na de invoer niet altijd goed gegaan. In 2019 verscheen er een artikel in het AD over een spermadonor in Nederland die in 2007 bij elf spermaklinieken zijn sperma heeft ingeleverd. Het is niet toegestaan om bij meerdere klinieken je sperma te doneren. Daarnaast heeft hij zijn sperma ook gedoneerd aan de Deense spermabank Cryos. Naar eigen zeggen heeft de man 150 kinderen op de wereld gezet. Martin Buijsen, hoogleraar gezondheidsrecht op de Erasmus Universiteit Rotterdam, is duidelijk over de registratieplicht van spermaklinieken: “Het goed registreren van een spermadonor is de verantwoordelijkheid van de kliniek.”

Volgens de huidige wet moeten alle gegevens aangeleverd worden bij een overkoepelende stichting, genaamd Stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting. “Naar aanloop van de wet in 2004, heeft deze stichting moeite gehad met het aangeleverd krijgen van de juiste gegevens. Veel klinieken zijn toen overgegaan op het registeren van de gegevens, maar een aantal klinieken hebben verzuimd of zelfs bezwaar gemaakt tegen deze wet”, vertelt Buijsen.

De donorkinderen die voor 2004 zijn geboren, kunnen dus te maken krijgen met een anonieme donorvader waarvan de gegevens niet bekend zijn bij de kliniek of stichting. Volgens Buijsen is het achterhalen van deze donoren onmogelijk. “Je weet niet welke onderlinge afspraken zijn gemaakt tussen donor en kliniek. Zijn de gegevens toentertijd wel geregistreerd? Gaat de donorvader bezwaar maken als de gegevens worden verstrekt? Je kan er nooit de vinger achter krijgen. Ik zou niet weten hoe dit opgelost moeten worden.” Voor het donorkind geboren voor 2004 een flinke dreun om te incasseren. “Anoniem zaad doneren is niet in het belang van de nakomelingen. Het is psychisch enorm belastend en ongezond” betreurt de hoogleraar.

“Je mag in Nederland ook niet adverteren dat je in Thailand jonge meisjes kan misbruiken. Het is gewoon ziek.”

Normen en waarden

In de jaren 90 was er een advies vanuit de gezondheidsraad dat een donor maximaal 25 donorkinderen mocht hebben. In 2018 is deze norm veranderd door de NVOG (Nederlandse Vereniging Obstretrie en Gynaecologie) en KLEM (Klinische Embryologie) naar 12 gezinnen per donor. Buijsen vertelt hoe die norm is gevormd. “Deze wet is gebaseerd op een risico-inschatting van de co-sanguiniteit, het ontstaan van een relatie tussen donorkinderen met dezelfde donorvader. Uit onderzoek blijkt dat wanneer één donor 250 kinderen op de wereld zet, de kans op relaties tussen dezelfde nakomelingen minder dan één is. Dit blijft altijd nattevingerwerk.”

Bij de oude norm (25 kinderen per donor) bestaat ook het risico dat er succesvolle bevruchtingen over het hoofd worden gezien, zo vermeldt Ties van der Meer, voorzitter Stichting Donorkind: “Over het algemeen zullen de meeste patiënten wel aan de kliniek laten weten dat de bevruchting gelukt is, maar het komt wel voor dat vrouwen na de inseminatie nooit meer terugkomen. Dit was een gat in het systeem, hoewel de kliniek verantwoordelijk is om door te geven of er een kind is geboren en van welke moeder het kind is.”

Van der Meer is optimistisch over de toekomst van het beleid en het systeem. Hij verwacht dat het na de wetswijziging in 2021 beter gaat. Deze wetswijziging verandert het maximum van 25 donorkinderen naar twaalf wensmoeders. Door deze wijziging wordt het makkelijker om alle administratie bij te houden en te kunnen achterhalen wie de donorvader is. Hij denkt ook dat er rond 2030 een goed werkend overkoepelende databank zal zijn. Dat wordt Stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting (SKDB).

Vruchtbaarheidstoerisme

Een ander probleem is volgens Ties van der Meer het zogenoemde vruchtbaarheidstoerisme, oftewel: het over de grens reizen voor een vruchtbaarheidsbehandeling. Wensouders die alsnog een anonieme donor willen maken hier gebruik van. “Er zijn in Nederland klinieken die mensen bemiddelen om in het buitenland geïnsemineerd te worden. Er bestaat zelfs een soort reisbureau voor deze vruchtbaarheidsreizen, deze organisatie heet Fertitravel. Het geeft gelijk aan hoe commercieel dit wereldje is. We hopen dat het na de volgende wetswijziging niet meer mogelijk is om hier reclame voor te maken. Je mag in Nederland ook niet adverteren dat je in Thailand jonge meisjes kan misbruiken. Het is gewoon ziek”, aldus van der Meer.

Alhoewel het volgens de Nederlandse richtlijnen niet meer is toegestaan om een kind te verwekken van een anonieme donor, gebeurt het nog steeds met een omweg. Sterker nog, het zijn de Nederlandse artsen die bemiddelen in dit proces.

  

Fertitravel ontkent dit niet. Petra Korteknie, adviseur van Fertitravel, zegt: “Waar wij mee kunnen helpen, is het vinden van de juiste anonieme donor. Wil je bijvoorbeeld een grote donkere donor of een blonde donor, dan zijn er genoeg mogelijkheden.” Korteknie is duidelijk over het ethische aspect van dit soort toerisme. “Als je je in het buitenland kunstmatig laat bevruchten, is het zeker dat de wensouders en het kind nooit achter de identiteit van de donor kunnen komen. Het mag gewoon, en als je na de bevruchting weer naar Nederland wil, is dat geen enkel probleem”, vertelt Korteknie.

Sperma in cijfers

Het exacte aantal donors of donorkinderen in Nederland is niet bekend. Dit komt omdat de centrale registratie pas wordt bijgehouden sinds het intreden van de wet Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting in 2004, waarin anoniem doneren niet meer mogelijk werd. Sindsdien zijn de cijfers gestructureerd bijgehouden door SDKB. Naar schatting zijn er ongeveer 40.000 donorkinderen geboren tussen 1948 en 2004.

De grafiek van Fiom laat zien hoeveel geregistreerde behandelingen met donorzaad er per jaar hebben plaatsgevonden. Vanaf 2004 tot 2014 zie je een stijging in het aantal geregistreerde donorzaadbehandelingen. Je ziet dat er vanaf 2014 een gestagneerde continuïteit ontstaat, met in 2017 en 2018 een kleine piek. Het aantal registraties in 2019 is nog niet compleet. De klinieken kunnen in 2020 nog gegevens aanleveren over behandelingen in 2019.

naamloos.png